“De op een na lekkerste smaak”
“Ook een lekkere smaak, die enorm goed valt mij de kinderen.”
“Een lekkere smaak die ook het water een leuke kleur geeft”
“Mijn lichaam kan niet tegen een ingrediĆ«nt dat er in zit .”
“Echt lekker. Druk nu veel meer water”